Mijn ervaringen met de budget-polis

Aangezien ik een budgetpolis heb bij mijn zorgverzekeraar belandde ik een paar maanden geleden bij een andere huisarts. Mijn eigen huisarts had een akkefietje met mijn zorgverzekering (niet over mij hoor). De huisarts en de zorgverzekeraar waren dus gebrouilleerd. Omdat mijn huisarts in een groepspraktijk werkt, mocht ik naar een van zijn collega’s.

Ik vertelde de huisarts dat ik me niet helemaal lekker voelde. “Ik ga steeds langzamer fietsen”, vertelde ik. “Ja, maar meneertje, u moet ook een beetje rekening gaan houden met uw leeftijd”, antwoordde de huisarts. Het bleek trouwens niet de huisarts te zijn waar ik dacht naartoe te gaan, maar de vervanger van de vervanger. Het was wel een budget-huisarts dus ik hoefde mij geen zorgen te maken over een onverwachte rekening.

Ik liet me echter niet zo maar wegsturen en probeerde de arts ervan te overtuigen dat ik me echt niet lekker voelde. “Ja, maar meneertje, ik kan u niet zomaar een apk-tje aanbieden. Daarvoor bent u niet verzekerd. Dat zal uw zorgverzekeraar niet pikken. U heeft een budgetpolis, dus u bent gebonden aan een limiet. “Het enige wat ik kan doen is u het adres geven van het laboratorium van de Broeders van Liefde. Die rekenen niet zo veel voor een paar bloedtestjes”, aldus de huisarts.

Toen de uitslagen van de bloedtest binnen waren, ben ik weer teruggegaan naar de vervanger van de vervanger van de collega van mijn huisarts. “Het ziet er allemaal prima uit, meneertje. U mankeert helemaal niks.” Omdat ik me toch niet helemaal top voelde, bleef ik aandringen op een grondig onderzoek. “Meneertje het spijt me. Het zit tussen uw oren. En daarvoor geeft de budgetpolis geen dekking.”

Een paar weken later had ik op een zaterdagmorgen een vage pijn in mijn linker bovenarm. Ik wist niet wat het was, maar uiteraard had ik wel eens in films gezien dat er dan iets aan de hand kan zijn met je hart. Omdat de huisartsenpraktijk op zaterdag dicht is, belde ik het nummer dat ik te horen kreeg op de voicemail. Toen ik na lang wachten iemand aan de telefoon kreeg, moest ik eerst al mijn adresgegevens, geboortedatum, BSN-nummer, polis-nummer en telefoonnummer ophoesten. “Ik zie hier in de computer dat u een budget-polis heeft, aldus de telefoniste. “Maar wij doen geen zaken met budget-patiënten. Nog een prettige dag toegewenst. Piep. Piep. Piep.”

Omdat ik er toch niet gerust op was, reed ik met de auto naar het ziekenhuis. Ik moest eerst mijn auto parkeren in de parkeerkelder. De receptioniste was in een geanimeerd gesprek met een bezoeker en gunde mij geen blik waardig. Daarom liep ik het ziekenhuis weer uit om aan de achterkant naar de spoedeisende hulp te lopen. Daar moest ik eerst al mijn gegevens opschrijven. Vervolgens moest ik vier keer mijn verhaal doen: bij de receptioniste, bij de intake-juffrouw, bij de verpleegkundige, bij de assistent-cardioloog.  “Meneer ik zie dat u budget-patiënt bent. Wij kunnen u niet helpen. Het lijkt met beter dat u een paracetamol neemt en maandagochtend naar de huisarts gaat.”

“U kunt me toch wel even onderzoeken”, schreeuwde ik. “Nee, meneer, u heeft een budget-polis en wij mogen van u alleen een hartfilmpje maken met een budget-elektrocardiograaf en die is kapot.” Ik heb toen ter plekke €300,- betaald om een hartfilmpje te laten maken met een elektrocardiograaf die is bestemd voor niet-budget-patiënten. “Wij moeten de resultaten van dit ECG  voorleggen aan de budget-cardioloog, maar die moet eerst een uur rijden voordat hij hier is.”

Toen ik al een uur op de Spoedeisende Hulp lag, kwam er een man binnen die zich over de resultaten van het ECG boog. “Godverdomme!!!!!!!!!!!!!!”, bulderde de man over de afdeling. “Wie heeft deze man een uur laten liggen hier met deze resultaten.” Van alle kanten kwamen mensen in witte jassen aangerend. Het helft keerde meteen rechtsomkeert toen ze op de rand van mijn bed de sticker zagen waarop met rode letters stond: “BUDGET”. Op het moment dat een verpleegkundige het infuus aansloot op de ader in mijn rechterarm, sloegen alle stoppen door. Het hart stond stil. Het enige dat ik met nog kan herinneren, is dat ik een enorme stomp kreeg van een boom van een verpleegkundige die het dichtst bij me stond. Dat is de eerste manier van reanimatie. Daarna hadden ze nog drie reanimaties nodig om mijn hart weer op gang te krijgen. Daarna gedotterd, gestofzuigerd en een paar stents geplaatst. Budget-stents, dat dan weer wel. Ik heb vijf dagen in het ziekenhuis gelegen. Voeding, verschoning, een bed en beddengoed kreeg ik niet. Dat moest mijn familie komen brengen.  “Want u bent budget-patiënt, meneertje. U heeft niet alleen geen vrije-artsenkeuze. U heeft helemaal geen keuze. U mag blij zijn dat we u toch nog hebben geholpen. Mazzelkont.”

Door Joke Witz