Wij hadden nog nooit gehoord van de islam

Door Ed Roodbeen

We hadden in 1976 het plan opgevat om naar Marrakesh te gaan met de auto. Met vijf man 3000 kilometer in een Lada stationcar met een tent op het dak. Hoe verzin je het? Waren we wel bij ons volle verstand? Heen dwars door Spanje via Madrid, terug langs de kust. Met het pontje naar Afrika. Nou, ja, pontje. Gigantische schepen. We stonden in een trechter  van auto’s te wachten met duizenden Marokkanen die bepakt en bezakt met Zeeman-spullen op familiebezoek gingen.

De eerste camping leek ’s middags wel uitgestorven. Veel tenten, maar geen mensen. Vanwege de lange reis vroeg naar bed, maar van nachtrust kwam niet veel terecht. Om tien uur werden alle andere campinggasten wakker en maakten zich klaar voor het nachtelijke feest. Het was een hasjcamping. De hasj was bijna gratis. Iedereen rookte totdat ie erbij neerviel en sliep daarna zijn roes uit op het strand of in de tent. Er waren zelfs Britten met een dubbeldekker gekomen, compleet voorzien van een geluidsinstallatie met een bereik voor een festival.  Tot 6 uur ’s ochtends lagen we op onze luchtbedden te shaken op de bassen van de turboboosters.

Dus de volgende ochtend maar weer verder getrokken richting Casablanca. Onderweg nog een keer verdwaald in de bergen. De meeste auto’s die we hoog  in de bergen zagen staan, waren oude Mercedessen met Nederlands kenteken. ’s Avonds op een camping gaan staan waar ze volgens de ANWB-campinggids douches hadden. De camping was een leeg veld zonder tenten met in het midden een grote boom. Verder was er niks. Ik ben aan de campingbaas gaan vragen waar dan de douches waren. “Ben je blind of zo”, antwoordde hij. “Daar onder die boom.” En inderdaad hing er in de boom een tuinslang. Dat was de douche.

De volgende dag in Casablanca gearriveerd om een uur of 16.00 uur. Prachtige camping middenin het centrum vlak aan zee. Redelijk veel tenten. Maar de brede boulevard was verlaten. Geen auto te zien. Alle winkels dicht. De stad leek wel verlaten. Nog moe van de reis gingen we vroeg naar bed, maar wederom was ons de nachtrust niet gegund. Om 22.00 uur ging er een sirene en daarna schalde op elk campingveld exotische muziek uit de luidsprekers. Alle mensen kropen uit hun tent. Op de boulevard was het spitsuur met vier rijen dik toeterende auto’s, de winkels gingen open, het was een groot feest: eten, drinken en dansen tot het licht werd.

Wat bleek? Het was ramadan? En niemand van ons wist wat dat betekende. Natuurlijk hadden we ooit wel eens iets gehoord in de geschiedenisles over  de  islam en moslims en ramadan, maar voor ons kwam het als een grote verrassing. Het was ook niet zo dat wij wereldvreemd waren. Ik werkte tenslotte bij de krant. Nu na bijna 40 jaar is het onvoorstelbaar dat zoiets je zou overkomen. Er is niemand in Nederland die niet weet wat de ramadan is. Maar destijds was de islam in Nederland totaal geen issue.