Het luizenleventje van kruidendokter Willem van de Moosdijk

door Ed Roodbeen

In de Rijks Psychiatrische Inrichting kregen we begin 1975 een nieuwe patiënt, of beter gezegd: een nieuwe cliënt of gast. Het was de “wereldberoemde” kruidendokter Willem van de Moosdijk. Destijds stonden de kranten vol van deze charlatan. Hij verkocht volgens Willem Duys (die hem ontmaskerde) zakje soepgroenten voor 100 gulden per stuk.

De zakjes vonden gretig aftrek. Willem had in zijn hoogtijdagen 24 volkswagenbusjes rondrijden om zijn “geneeskrachtige” kruiden rond te brengen in Nederland en België. Toen Willem Duys hem ontmaskerde, ging Van de Moosdijk  zijn zakjes eerst in België en later in Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en zelfs in Scandinavië aan de man brengen. Aanvankelijk waren zijn klanten erg enthousiast. Er werden zelfs busreizen georganiseerd naar zijn bedrijf in Casteren.

Van de Moosdijk werd betiteld als de “grootste kwakzalver aller tijden” en een enorme oplichter. Toen zijn imperium instortte, maar hij nog steeds vrij rondliep, beraamde hij een overval op een geldloper. Hij werd veroordeeld tot vier jaar cel. Hoeveel jaar hij daarvan daadwerkelijk in de cel heeft gezeten, is niet duidelijk. Wel duidelijk is dat hij een gladde prater was en zich waarschijnlijk met een smoes in de gevangenis “gek” heeft laten verklaren. Als je in de gevangenis tegen de broek van de cipier platst of de eetzaalvloer gaat likken of het trapportaal als toilet gebruikt, weten ze in het gevang al heel snel niet meer wat ze met je aan moeten. Destijds was het dan gebruikelijk dat je naar een “krankzinnigeninrichting” werd gestuurd. Daar moesten ze het dan maar uitzoeken. In een inrichting is de gevangene echter geen veroordeelde meer, maar wordt meteen als patiënt behandeld.

Van de Moosdijk werd om onduidelijke redenen meteen in de TBR-afdeling geparkeerd. “Wat moesten wij nou met die gast?” In eerste instantie “rondwandelen”. Elke patiënt had een wandelstatus: 1 patiënt mag wandelen met 3 verpleegkundigen, 1 patiënt met 2 verpleegkundigen, 1 patiënt met 1 verpleger, 2 patiënten met 1 verpleger of 3 patiënten met 1 verpleger. Er waren ook TBR-patiënten die zonder begeleiding op en buiten het terrein mochten komen.

De eerste keer dat ik met 3 patiënten ging wandelen, was ik zeer onfortuinlijk. Na een kwartiertje wandelen door de uitgestrekte bossen rondom het gesticht, gingen twee patiënten sneller lopen en een ging langzamer lopen. Ik dacht slim te zijn door de afstand tussen de voorste twee en de achterste even groot te houden. Maar de afstand werd steeds groter. Op een gegeven moment waren ze alle drie verdwenen. Ik kreeg een uitbrander van het hoofd van de afdeling. “Dit heb ik nog nooit meegemaakt. Je had er toch minstens een mee terug kunnen brengen.”

Nou gebeurde het regelmatig dat TBR-patiënten ontsnapten. Het is me zelfs een keer gebeurd dat tijdens de avonddienst (ik was alleen) de hele glazen voorpui van zes meter hoog en vier meter breed van het trapportaal van het vooroorlogse gebouw compleet gedemonteerd werd en in de struiken werd gezet. Een gapend gat in het gebouw. Toen ik bemerkte dat het binnen waaide, was de helft van de patiënten al verdwenen. Overigens was dat destijds helemaal geen probleem. Steevast, zonder uitzondering, kregen we na een ontsnapping ’s avonds een telefoontje van Bureau Warmoesstraat. “U kunt uw klanten weer komen halen.” Daarvoor hadden we dus een speciale auto. Elke wegelopen patiënt liep naar de Wallen en werd daar opgemerkt door de politie. Destijds konden politieagenten “gekken”  nog herkennen in Amsterdam.

Van de Moosdijk was een heel ander verhaal. Hoe hij het voor elkaar had gekregen, weet ik niet, maar hij mocht iedere week “op weekeinde” en dat dat weekeinde duurde dan van donderdagavond tot woensdagochtend. Hij was dus maar 1 dag in de kliniek. En dan had hij het ontzettend druk met zijn klanten. De meeste patiënten kregen tien gulden per week om shag te kopen. Van de Moosdijk zag kans om zelfs die tien gulden van de “geesteszieken” af te troggelen in ruil voor zakjes soepgroente. Op donderdagavond ging hij met een volle portemonnee huiswaarts.

Krantenartikel:

Buit overval op kerkhof bewaard

CASTEREN - Kruidendokter Willem van de Moosdijk uit Casteren heeft jarenlang de buit van een overval bewaard op een kerkhof van de Rijks Psychiatrische Inrichting in Eindhoven.

Dat vertelt de inmiddels 75-jarige Van de Moosdijk zaterdag in De Telegraaf. Hij verdiende
in de jaren zestig miljoenen met zijn
kruidenhandel.


Het bedrijf stortte ineen nadat hij in een tv-uitzending van Willem Duys een kwakzalver werd genoemd. Ten einde raad pleegde hij daarna met zijn broer een overval op een geldloper. De buit van een miljoen gulden werd grotendeels bewaard in een stofzuiger in het huis van zijn opa in Ammerzoden.


Later heeft Van de Moosdijk het begraven op het kerkhof van de RPI. Van de Moosdijk zegt dat hij goed van het geld geleefd heeft, maar dat nu alles op is.

Wikipedia: Willem van de Moosdijk

Van den Moosdijk bij de rechtbank te Den Bosch met vrouw en zoon.

Willem van de Moosdijk (Eindhoven, 19 februari 1926) is een bekende voormalige Nederlandse kwakzalver,[1] bijgenaamd kruidendokter.

Van de Moosdijk groeide in armoedige omstandigheden op in een kinderrijk gezin in Eindhoven. Na de oorlog begon hij vanuit zijn woonplaats Casteren een handel in geneeskrachtige kruiden. Deze handel liep voorspoedig: hij had 22 busjes in dienst om de kruiden in Nederland en België te distribueren. In 1968 vertelde een ex-werknemer in het programma Voor de vuist weg van Willem Duys over de praktijken van Van de Moosdijk, waarna zijn handel instortte.

Van de Moosdijk werd hierna veroordeeld voor oplichting. In 1972 overviel Van de Moosdijk samen met zijn broer Frans een geldloper en beroofde hem van één miljoen gulden. Voor deze overval werd hij veroordeeld, maar het miljoen gulden werd niet teruggevonden. Sinds het uitzitten van zijn straf leidt Van de Moosdijk een teruggetrokken bestaan buiten de publiciteit.

 

Mogelijk gemaakt door Webnode